Het belangrijkste kenmerk van een dysphatische ontwikkeling (DO) is dat een kind niet goed kan zeggen wat het weet en begrijpt. Het kind begrijpt taal beter dan dat het zelf kan gebruiken. ‘Er zit meer in dan er uit komt’ horen wij vaak.
Verder spreekt het kind meestal slecht, als het al spreekt. Het lijkt alsof het kind moet zoeken naar woorden en juiste zinnen en het vindt het moeilijk om de draad van een verhaal vast te houden.
Spontaan (tijdens het spelen) vertelt het kind beter dan in een situatie waarin het kind ‘op commando’ moet spreken, bijvoorbeeld in de kring in de klas.
Het kind verwerkt en onthoudt beter wat het ziet dan wat het hoort.
Het komt voor dat kinderen onverstaanbaar blijven spreken. Dan kan er ook sprake zijn van problemen in de planning van de mondbewegingen.
Kinderpsychiater dokter Tan uit Amsterdam heeft de term DO in Nederland geïntroduceerd. |