Groepsbehandeling bij Dysphatische Ontwikkeling

Wat is dysphatische ontwikkeling?

Het belangrijkste kenmerk van een dysphatische ontwikkeling (DO) is dat een kind niet goed kan zeggen wat het weet en begrijpt. Het kind begrijpt taal beter dan dat het zelf kan gebruiken. ‘Er zit meer in dan er uit komt’ horen wij vaak.

Verder spreekt het kind meestal slecht, als het al spreekt. Het lijkt alsof het kind moet zoeken naar woorden en juiste zinnen en het vindt het moeilijk om de draad van een verhaal vast te houden.

Spontaan (tijdens het spelen) vertelt het kind beter dan in een situatie waarin het kind ‘op commando’ moet spreken, bijvoorbeeld in de kring in de klas.

Het kind verwerkt en onthoudt beter wat het ziet dan wat het hoort.

Het komt voor dat kinderen onverstaanbaar blijven spreken. Dan kan er ook sprake zijn van problemen in de planning van de mondbewegingen.

Kinderpsychiater dokter Tan uit Amsterdam heeft de term DO in Nederland geïntroduceerd.


Wat zijn de gevolgen van een dysphatische ontwikkeling?

Sommige kinderen hebben al heel vroeg in de gaten dat ze niet zo kunnen praten als ze zouden willen. Ze trekken zich terug uit het contact met de omgeving en kunnen heel verlegen zijn.Uiteraard kan dit problemen geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Volgens dr. Tan werkt DO remmend op de innerlijke spraak (het vermogen om in jezelf te praten). Dit helpt om je gedrag te reguleren (ik hou me in, ik tel tot 10), om handelingen te plannen (eerst ga ik naar de wc, dan spelen) en om de gevoelsontwikkeling te bepalen (het is niet eng, ik kan het best). Je stuurt jezelf beter als je in jezelf kunt praten.

Kinderen met DO kunnen algehele leerproblemen ontwikkelen.


De behandeling van dysphatische ontwikkeling

De logopedische groepsbehandeling is gestoeld op de methode Tan-Söderbergh. Liesbeth Zoontjens (Logopedie Sleeuwijk) en Willemijn Alberts behandelen samen kinderen volgens deze methode.

Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • De spraak wordt gestimuleerd door middel van het lezen. Lezen is dus een middel, geen doel.
  • Doordat taal ook geschreven wordt (visueel gemaakt), hebben kinderen een tweede houvast naast het kanaal via de oren (auditief) om taal te onthouden.
  • Wat opgeschreven is kun je nog een keer herhalen.

Er wordt uitgegaan van de beleving van de kinderen. Er zijn geen omschreven oefeningen.

We werken veel met versjes en rijmpjes, omdat het ritme houvast biedt en het daardoor leuk wordt om te herhalen.

Doordat we in groepen werken stimuleren de kinderen elkaar. Er ligt geen nadruk op het spreken, waardoor kinderen zich vrijer voelen om te praten.